maandag 26 december 2011

Hungaria en Chocomel

Dat stukje over schepen komt er aan, maar elke keer als ik op het internet rondkijk kom ik weer andere dingen tegen. Van vroeger.

In de Kerkstraat in Amsterdam was vroeger Hungaria, een etablissement voor zang, dans en diner (zie mijn Posterous). Op de een of andere manier was het me nooit opgevallen dat daar pal bij de winkel van Nutricia was, op de hoek van de Leidsestraat.

Gisteren kwam ik bij het zoeken weer wat foto's tegen, en wat denk je? Staat daar de vrachtwagen van mijn vader geparkeerd.
In zijn witte jas staat daar 'meneer' Veelenturf, de chef van het filiaal.

De enige andere werknemer (op de rug gezien in zijn zwarte manchester werkpak) is mijn vader, de ouwe beuk. Hij had het zelfde kale plekje dat ik ook heb en hij maakte ook dat gebaar naar zijn hoofd. Ongeveer 43 jaar was hij toen.
Mijn vader is al weer 12 jaar bij de Grote Scheidsrechter, maar die foto van rond 1960 maakte hem weer even levend.


Op woensdagmiddag mocht ik als schooljongetje mee op zijn wagen om kindervoeding en koffiemelk af te leveren bij de ziekenhuizen in Amsterdan. De eerste wagen was een Opel Blitz met een vierkante neus en deze is een Bedford. Dat was de auto waar ik in leerde rijden.

Het OLV-gasthuis was favoriet, want die zusters hadden altijd soep! Vooral de bruinebonensoep was lekker, en de groentesoep met balletjes. Eigenlijk waren al die pleegzusters wel aardig en was alles lekker. Toen werd er nog echt gekookt in de ziekenhuizen.
De protestantse zusters droegen een kapje of hoofddoek (de Diaconessen) en in het OLV was het merendeel non.

Onder de wastafel van het kantoortje van meneer Veelenturf stond altijd een kratje met flesjes Chocomel; dat was voor passerende agenten die kwamen vertellen dat mijn vader na vieren niet mocht laden en lossen. Eentje gaf de voorkeur aan een flesje koffiemelk. Mijn flesje stond klaar wanneer ik maar kwam; ik ben er nog gek op.

Achter de bestuurdersstoel stonden ook altijd flesjes Chocomel voor bijvoorbeeld de verkeersagent met zijn klapbord op de Dam.
Mijn vader kon geroutineerd om het bord heendraaien, goedemiddag zeggen en tegelijk een flesje toesteken. Heel knap, want hij moest ook nog sturen. Maar daar zijn het vaders voor.

Op de originele foto die ik vanwege het formaat op Posterous heb gezet, is naast de kratjes de bijwinkel te zien van Eberhardt, in Aziatische kunst, die om de hoek in de Leidsestraat zat.
In de plaats ervan kwam Do Brasil, een echte koffieshop met espresso, cappucino panna montata en tosti's.
Eigenaar Eddy gaf zijn bezoekers ook adviezen over aan te schaffen kleding en te lezen boeken.

Hij liet schuin aan de overkant bij De Gruyter een eigen melange van koffiebonen malen.
Ik zie de wand met glazen kofiebonenhouders en koperen insteekscheppen nog voor me, want ook mijn moeder kocht daar haar thee en koffie.


De beelden van Theo van Delft staan nog steeds tegen de gevel: de ploeger, de zaaier en de maaier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen