woensdag 5 oktober 2011

Herfst

Precies 61 jaar geleden stond ik op het plantsoenhekje op het Leidsebosje, drinkend uit het fonteintje.
Een vaste stop op weg naar en van de kleuterschool op de Overtoom. dit keer op mijn 6e verjaardag. Op de terugweg, want het moment herinner ik me nog.
Blond, klein, een kuif en een brilletje met een afgeplakt glas.


Mijn moeder heeft een brood onder haar arm, een maanzaadgalle, van Rekers uit de Leidsestraat. Ze was toen de helft in jaren van wat ik nu ben.
Ze had mooi zwart haar met pijpekrullen, daarvoor ging wekelijks de krultang op het gasfornuis

Ik wens u een mooie herfst met veel kleuren toe.

dinsdag 4 oktober 2011

Oude jongens en krentenbrood

Hans Wiegel onlangs over minder ziekenhuizen.

Als voorbeeld noemt de voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland de stad Leeuwarden, waar één van de drie ziekenhuizen overbleef. "Dat leverde een enorme besparing op, terwijl de zorg voor patiënten er niet onder leed."

Nu ken ik toevallig iemand die een tijd geleden een Walküre-rit naar Amsterdam heeft moeten ondernemen, om dat hij in Friesland met iets niet geholpen kon en hij toch in leven wilde blijven.

Wiegel over de functie van vice-voorzitter van de Raad van State:
"En dan gaat die Rutte een advertentie zetten voor de vacature. Alsof iedereen in dit land alles kan worden."
Dat klinkt vreemd voor iemand die net als Jan Schaefer en ikzelf bij de Wiegbrug in Amsterdam woonden. Nooit vergeten waar je vandaan komt.


Wiegel in reactie op het geschutter van de Utrechtse burgemeester: "Afgewezen Wolfsen komt beter tot zijn recht als lid van de Raad van State."
Old boys network, over de grenzen van de partijen heen.

(tekening van Woldhek)

Straatfotografie.


Daar kom ik een leuke link tegen, zomaar, bij het surfen over het net:Hierrr

Een verhaal over een doos negatieven op de rommelmarkt. Van Vivian Maier.
Onder de titelfoto van het artikel staat een link naar meer foto's.
Ga maar kijken.

vrijdag 2 september 2011

It’s good for you

De ronde tafel is bezaaid met resten van het banket, naar goed Chinees gebruik.
Het toetje bestaat uit de gebruikelijke soep; mijn gastheer roert met een eetstokje in de terrine, terwijl hij mijn kommetje pakt.
Ik kijk even mee en zie iets wits – de buik van een schildpadje, dood weliswaar, maar toch.
Hij bemerkt mijn blik en de bekende kreet klinkt: “It’s good for you.”
Op mijn vraag of hij het WWF kent en prins Bernhard, knikt hij bevestigend en accepteert mijn excuus dat ik dit niet mag eten, stel je voor dat de prins hiervan hoort.
Hij vindt mijn uitleg begrijpelijk en mét hem prikken de overigen in de soep. “No worry, we will have your share.”

vrijdag 15 juli 2011

Gedicht van de week

Het is hier te warm om fatsoenlijk te bloggen en de ideeën komen ’s nachts. Gelukkig had vriend van Dattum in een van mijn laadjes nog een aantekening gevonden over de Groene Kalebas en wat zich daaromheen afspeelde in de jaren zestig.
Ik ga niets meer toevoegen aan de kleine stroom van verhalen, die voor een goed deel zelfs uit hear-say bestaan.

Laat gezegd zijn dat de Groene Kalebas in de 2e Weteringdwarsstraat thuis hoort in het rijtje van 't Hemeltje maar ook de Phonobar en Cave Toulouse Lautrec op het Thorbeckeplein, Hans en Grietje, Lucky Star en Reijnders.

Het was een tijd van spijkerbroek met wijde pijpen, dunne colltrui, hoge suedeschoenen (Clarks), zwarte canvasjas c.q. gewoon een zwarte broek en een colbert, afhankelijk van je artistieke instelling en arbeidsstatus: Op kantoor droeg men een pantalon en geen spijkerbroek. Dames niet, die droegen nylonkousen en Terlenka rokjes.

In de Kalebas was de Greenwich Village Jazzclub, waarvan ik in 1963 als beginnend gemeente-ambtenaar lid van werd gemaakt door een paar collega’s. Aparte types, maar zo liepen er daar bij het Gemeente-energiebedrijf wel meer rond.

Op een zondagmiddag tijdens een jazzsessie kregen we een voordracht door een leefijdgenoot, Johnny de Selfkicker, vanaf het trapje van de kelderingang.
De spetters en de galm omvatten de kelder met de houten tafeltjes, shag- en pijprokers, en de wereld zag er weer mooi uit. En dat in 1963.

Johnny van Doorn brak in 1966 pas echt door, maar in de Kalebas was hij al een geziene gast. Remco Campert en Simon Vinkenoog hingen daar toen ook rond, net zoals Robert Jasper Grootveld met zijn jofele autoschopschoenen, en Aat Veldhoen.
Allemaal stukken ouder dan ik, maar de invloed was merkbaar. De anti-rooktempel en de happenings bij het Lieverdje. Een rotaprent van Veldhoen, gekocht (en later weggegeven) voor een tientje vanaf de bakfiets.


Afgedwaald: Johnny van Doorn heeft mooie voordrachten en mooie gedichten geschreven. In het kader van het regelmatige gedicht hierbij een klassiek exemplaar.
U wordt verzocht de ontzetting te verbergen en zich even terug te wanen in de tijdgeest van die tijd. Mijn tijd.

Johnny van Doorn (1944-1991)

komtocheensklaarklootzak

Mijn kamer verhuurd
Voor een uur of 2
Aan enkele verstok-
Te voyeurs:
Een gat in de
Vloer geeft een
Luxueus uitzicht
Op het onderliggend
Temeiersbed &
Bij iedere seance
Kreunt mijn
Krolse kat
Luidruchtig mee &
Via een snelle
Knopindruk golft
De (van een bedrijft-
Tape afkomstige)
Mededeling - Kom
Toch Eens
Klaar Klootzak -
Door het met
Rococomeubelen
Ingerichte
Naaivertrek &
Tot zielenheil
Van mijn somber
Herfstig wezen
Herstel ik het
Schiet-en avondgebed
In ere &
Iedere nacht
(Tussen haar billen
Ingevouwen)
Spreek ik tot de Goede God

maandag 27 juni 2011

De anderen

In een vorig blog schreef ik over het liedje "Snoepwinkeltje" en alhoewel wat laat, bedank ik @hikibobo voor de toezending van de link op "Liedjeskist", waar de noten te lezen én te horen zijn. Link!

Wat ken ik veel van die liedjes. Ik heb op een leerzame kleuterschool gezeten blijkt wel. Roodkapje, van de Nederlandsch Hervormde Gemeente.

Ik stond daar een maand of wat geleden voor de poort, in een kleine file op de Overtoom in Amsterdam. Op weg naar het Vondelpark voor een ontmoeting met een oud-klasgenoot van de lagere school. A walk down memory lane.
In gedachten hoorde ik ijle kinderstemmen liedjes zingen als " zakdoekje leggen, niemand zeggen" en bedacht dat al jong een beroep werd gedaan op je inlevingsvermogen voor later. Er wordt veel gedanst bij die liedjes.

Neem een liedje als 'k moet dwalen': er komt een kleine springer in het veld, hij zwaait met zijn hoed en stampt met zijn voet en er wordt gedanst.
Of : "Joepie joepie is gekomen, heeft mijn meisje weggehaald". Meer vrouwen dan kerken placht mijn moeder te zeggen als er iets verkeerd liep met een meisje, dat met een ander ging.

Een opa van een vriendinnetje kenmerkte mij als iemand die dansend door het leven ging. Zorba de Griek, zei hij, want ik was nogal actief bij een folkloristische dansgroep.
Toen ik in West-Afrika werkte vroeg een bezoekend lid van de Raad van Bestuur aan mijn vrouw wie die Jesus Christ Superstar was met dat lange haar. Ik dus.
Dans dus alsof niemand je ziet en zing alsof niemand het hoort, en lach wanneer je iemand tegenkomt.

Later maakte ik kennis met de uitspraak "You can't have your cake and eat it", maar daar zag ik de wijsheid niet altijd van. Word je wat ouder dan ga je er wat minder tegen in, maar de weerbarstigheid blijft.

Als het dan toch soms anders uitpakt dan je verwacht, hoor ik die andere ijle kinderstemmen van later "You can't always have what you want, (but if you try..)." Luister maar. Zing mee

Uiteindelijk ben ik toch nog aardig terechtgekomen en die middag op het terras van het Filmmuseum was een prettig moment van terugkijken en reflecteren met een oude vriend. Dag Hans.

Een goed boek is nooit weg..

Heere Heeresma is gisteren overleden. Hij heeft vanaf 1954 tot 2006 onafgebroken geschreven.
Het obligate boek Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp werd genoemd als een belangrijk werk van zijn hand, evenals de Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming, en de verfilming van beide boeken.

Een dagje naar het strand werd opnieuw verfilmd in 1984 door Theo van Gogh, en Geef die mok eens door, Jet! door Frans Weisz in 1975.
Zijn boeken Een jongen uit Plan-Zuid en Kijk, een drenkeling gaat voorbij, sloten het af met een beschrijving van zijn jeugdherinneringen.

Bij de grote verhuizing 5 jaar geleden heb ik ook de boeken van Heeresma verkocht, en daar zaten tot mijn spijt achteraf de boeken Gelukkige paren, Een hete ijssalon en Geschoren schaamte ook bij.
Die behoorden bij de collectie erotica en boeken voor bij de open haard.
Geschreven in duidelijke taal, zoals Heeresma dat voorstond in zijn manifest voor leesbare teksten.

Sommige stukken tekst blijven je bij.
Uit mijn hoofd: "Haar kreten van wellust waren huizen ver te horen, maar de kranen draaiden, schepen voeren af en aan en in het hele land werd export gepleegd."

Mocht u een boek van Heere tegenkomen, bemachtig en lees het.